Weerstand ombuigen? 12 taalpatronen

Weerstand ombuigen? 12 taalpatronen

Communicatie en de ijsberg

Weerstand en verbale communicatie

Bij veranderingen, aanpassingen en groei van de organisatie kun je te maken krijgen met medewerkers die weerstand bieden. Dat kunnen ze verbaal en non-verbaal uiten. Als we een blik werpen op de verbale communicatie, dan zien we dat er sprake is van een oppervlaktestructuur en een dieptestructuur. De oppervlaktestructuur is wat we de ander horen zeggen. De dieptestructuur is wat de ander bedoelt, wat er achter zijn woorden schuilt. Het laatste (de dieptestructuur) komt voort uit de normen, waarden, overtuigingen en ervaringen van jouw gesprekspartner. Dat zijn zaken die onzichtbaar zijn. Vaak wordt communicatie dan ook vergeleken met een ijsberg. Wat we zeggen is het topje van de ijsberg dat boven water uitsteekt. Wat we bedoelen (de betekenis van wat we zeggen) zit onder water.

Taal komt voort uit de dieptestructuur, een onbewust gedeelte van ons brein. Dat onbewuste deel is veel rijker aan informatie dan de woorden die we gebruiken om die informatie te vertalen. We doen dat met taalpatronen. Als we die patronen herkennen, dan kunnen we onze gesprekspartner bewust maken van hoe hij / zij informatie onbewust in woorden samenvat en welke informatie daarbij mist. Om weerstand om te buigen hebben we alle informatie nodig, zodat we begrijpen waar die weerstand vandaan komt. Pas dan kunnen we iemand echt helpen. We gaan daarom in op de taalpatronen die iemand gebruikt, door daar gericht vragen over te stellen. Deze patronen zijn onderverdeeld in drie categorieën:


  1. Weglatingen
  2. Vervormingen
  3. Generalisaties

I. Weglatingen

We praten over weglatingen als iemand bewust of onbewust informatie niet geeft. Als informatie wordt weggelaten, dan willen we de ontbrekende informatie verzamelen. Deze categorie bestaat uit 4 taalpatronen:

1

Eenvoudige weglating

De informatie die gegeven wordt is onvolledig of bepaalde informatie ontbreekt volledig, terwijl die wel nodig is om te begrijpen wat iemand bedoelt.

Voorbeeld:

"Ik voel mij ongemakkelijk bij mijn nieuwe taken."

Oplossing:

Achterhaal met vragen de informatie die ontbreekt of wordt weggelaten.

2

Vergelijkende weglating

Er wordt een vergelijking gemaakt, alleen is het niet duidelijk waarmee iets wordt vergeleken. Dat waarmee iets wordt vergeleken wordt niet vermeld.

Voorbeeld:

"Andere afdelingen doen precies hetzelfde."

Oplossing:

Achterhaal met vragen waarmee vergeleken wordt.

3

Onduidelijke referentie

Er wordt gesproken over een ding, persoon of groep personen, maar het is onduidelijk over welk ding of welke persoon of groep personen het precies gaat.

Voorbeeld:

"Ze zeggen dat we gaan reorganiseren."

Oplossing:

Achterhaal met vragen aan wie er wordt gerefereerd.

4

Niet-gespecificeerd werkwoord

Er wordt een werkwoord gebruikt dat niet verder wordt uitgelegd, terwijl dat wel nodig is om te begrijpen wat de ander precies bedoelt.

Voorbeeld:

"De vorige verandering heeft een nare nasmaak achtergelaten."

Oplossing:

Laat met vragen het werkwoord verder specificeren.

II. Vervormingen

Als informatie wordt vervormd, dan wordt er niet voldaan aan de semantische voorwaarden. We willen de informatie dan zo vormgeven dat deze semantisch weer klopt. Deze categorie bevat 5 taalpatronen:

1

Nominalisatie

Er wordt gesproken over een gebeurtenis of ding dat eigenlijk als een werkwoord moet worden opgevat. Wat er hier gebeurt is dat werkwoorden worden omgezet naar zelfstandige naamwoorden. Daardoor wordt het proces of de actie verhuld.

Voorbeeld:

"We moeten hier een verandering doorvoeren."

Oplossing:

Onthul de actie of het proces dat ondernomen moet worden, door een vraag te stellen waarin het zelfstandige naamwoord een werkwoord wordt.

2

Oorzaak en gevolg

Er wordt gesproken over iets dat door iets anders wordt veroorzaakt. A veroorzaakt B. Een specifieke stimulus veroorzaakt een specifieke ervaring.

Voorbeeld:

"Klachten zorgen voor onze slechte naam."

Oplossing:

Achterhaal met vragen hoe de keuze tot stand is gekomen en of er andere oorzaken zijn.

3

Gedachten lezen

Er wordt door iemand gesproken alsof hij / zij weet wat iemand anders denkt, weet, voelt, gaat doen, etc.

Voorbeeld:

"Ik weet al wat de directeur hierop gaat zeggen."

Oplossing:

Achterhaal met vragen de bron van de informatie en andere mogelijkheden.

4

Complexe vergelijking

Er wordt een conclusie getrokken die is gebaseerd op de overtuiging dat de uitkomst altijd hetzelfde zal zijn. A = B. Anders gezegd: er wordt aan twee verschillende statements dezelfde betekenis gegeven.

Voorbeeld:

"De Technische Dienst vindt die producten niet goed, ze gebruiken ze zelden."

Oplossing:

Toets met vragen de vergelijking.

5

Waardeoordeel

Er wordt een oordeel gegeven, maar er wordt niet aangegeven van wie precies dat oordeel is.

Voorbeeld:

"Het is belangrijk om veel aandacht te schenken aan de vormgeving."

Oplossing:

Achterhaal met vragen de overtuiging achter het oordeel, van wie het is en toets de overtuiging.

III. Generalisaties

Generalisaties beperken de spreker in bijvoorbeeld het vinden van oplossingen. Als je denkt dat iets altijd zo is, dan vallen er veel uitzonderingen en alternatieven weg. We willen de informatie dan zo vormgeven dat er weer alternatieven beschikbaar komen. De drie taalpatronen bij deze categorie:

1

Algemene generalisatie

Er wordt een uitspraak gedaan waarbij iemand suggereert dat er geen uitzonderingen zijn en hij iets voor elke situatie als waar beschouwt. 

Voorbeeld:

"Elke verandering mislukt hier."

Oplossing:

Overdrijf de generalisatie of geef een tegenvoorbeeld.

2

Vooronderstellingen

Er wordt een statement gemaakt waarin de ander zegt iets wel of niet te kunnen. We willen achterhalen of dat werkelijk zo is.

Voorbeeld:

"Ik kan daar nu niet over beslissen."

Oplossing:

Achterhaal met vragen wat er gebeurt als hij het tegenovergestelde doet of wat hem tegenhoudt. 

3

Modale operatoren van noodzakelijkheid of mogelijkheid

Er wordt een uitspraak gedaan dat iets zo (niet) hoort of (niet) moet. Daardoor wordt de spreker beperkt om alternatieven of oplossingen te vinden die buiten zijn overtuiging vallen.

Voorbeeld:

"We moeten hier nog met anderen over praten."

Oplossing:

Achterhaal met vragen de eventuele oorzaken, effecten, uitkomsten of resultaten.

Door deze taalpatronen te herkennen kun je beginnen om de werkelijke reden van weerstand bij iemand te achterhalen. Maar dat is niet het enige. Je kunt ze herkennen in elk gesprek dat je met iemand voert, ongeacht het onderwerp. Sterker nog, let eens op welke van deze taalpatronen je zelf regelmatig gebruikt. Besef dat je daarmee ruis in de communicatie kan vormen.

Wat je bereikt met het weghalen van vaagheden of onvolledigheden in de informatie die iemand geeft, is dat je hem bewust maakt van andere informatie dan waar hij normaal aan denkt. Door informatie toe te voegen kun je ervoor zorgen dat er meer balans komt in het denken van de ander. Het geeft hem of haar meer mogelijkheden om tegen onderwerpen (zoals verandering) aan te kijken, conclusies te trekken en beslissingen te nemen.

Veel succes!

PS:

Wil je meer weten over het ombuigen van weerstand bij veranderingen en groei? Kom dan naar het masterclass of neem contact op om eens verder te praten.

Deel in je netwerk

Bjørn Vos

Transitie Maker

Bjørn is een ervaren verkooptrainer en sales & management coach die organisaties en medewerkers inspireert om het net even beter te doen dan de concurrentie. Hij combineert  zijn uitgebreide kennis en ervaring met humor.  Werkt voor marktleiders en ambitieuze bedrijven.

Nog geen reacties. Je kunt de eerste zijn!

We zijn benieuwd naar jouw mening. Plaats je reactie hieronder.